EEN BEROEMD HONDENSCHILDER. JOSEPH STEVENS. J. Stevens werd den 25sten November 1816 te Brussel geboren. Hij was de broeder van Alfred, de verheerlijker van de Parisienne en van Arthur, den verdediger van Milet en Corot. Joseph kwam eerst in de leer bij Louis Robbe. Ongemeen begaafd, streefde hij vroeg den meester voorbij. Al dadelijk voelde hij zich aangetrokken tot het schilderen van honden. Missen zijn personages soms individualiteit, zijn honden hebben er altijd. Een hond is voor hem in de eerste plaats nochtans niet de inkarnatie van het geduld, de goedheid, den hoogmoed, van een of ander eigenschap of ondeugd, - het is een hond zonder meer. Stevens romantisme is niet zoo lyrisch als anekdotisch, een beetje tranerig, vooral in den aanvang van zijn carrière, - men merkt dat b.v. best in het bekende doek: "De hond van den gevangene". In zijn genre heft Stevens ons meer dan genre-stukjes gegeven, - hij heft wezens geschapen. "De ellendige" is er één der mooiste exemplaren van. In 1848, wat nieuws, - een ontroerende bladzijde: Brussel 's morgens. Een nieuwe toon breekt zich de baan: het naturalisme. Terwijl Courbet in Frankrijk de aarzelingen nog moet overwxinnen, heft Stevens reeds zichzelve bevrijd. Voor België is Joseph Stevens de baanbreker geweest. Hij was de eerste realist, - Meunier, Ch. de Grouw, L. Dubois, Verwée zullen weldra volgen. Wat bekoort ons in Stevens' kunst? Zijn kleur. Zijn toets, zijn poot! Hij schiep leven. De nauwgezetheid van zijn vorm laat ons in zeker opzicht onverschillig: de diepere waarheid, die wij in zijn werk ontwaren, treft ons, Het is het element, dat niet verouderd is, nooit verouderen zal. In 1842 was Joseph in het huwelijk getreden met Mary Graham, een lersche. Hij trok kort daarop naar Parijs, waar zijn broer Alfred al te goeder naam en faam bekend was. In 1851 drong hij zich op zijn beurt aan de algemeene aandacht op. Met zijn hondenschildering. Als men die doeken thans bekijkt, — vele zijn in het Louvre Museum ondergebracht, — dan denkt men daarbij aan het mooie oordeel van Alfred over zijn broer. "Ik ben van mijn tijd, maar gij, Joseph, met Fijt, Snijders en Jordaens, gij zijt van uw ras!” De Fransche dichter Baudelaire die zeer bevriend was met Joseph en zijn kunst bewondered, droeg hem een van zijn proza-gedichten op: "Les bons chiens". Besluiten we met het oordeel van About, die in 1899 verklaarde: "Men kan een hond van Stevens olp het ontleed-mes men,onder et haar zal men de huid bespeuren, onder de huid de spieren, onder de spieren de beenderen, en dan.... het leven!" Stevens heeft in den hond gezien wat Schopenhauer er in zag: "een hond, den eeuwigen vriend van den mensch." "Als er geen honden waren," schreef de Duitsche wijsgeer, "ik zou niet willen leven!" 1. Hondenmarkt, te Parijs 2. De zandverkooper. 3. De hond en de vlieg. 4. Arme stakkert. 5. Oud paard. 6. Vijanden. 7. Hond met het been.